Select all categories
{{ channel.title }}

Menu

Observaties Jens Voigt (Deel 1 van 2)

Tekst Soigneur Gepubliceerd 17 September 2014

Jens Voigt doet morgen een poging om het werelduurrecord te verbeteren. Het zou een prachtige kroon op een evenzo prachtige loopbaan zijn. Voor Soigneur 09 (verschijnt begin oktober) vroegen we Jens naar zijn observaties opgedaan tijdens zijn carrière , vandaag alvast een voorproefje met 9 typisch Voigteriaanse gedachten.

Zomervakantie “Ik leerde mijn vrouw Stephanie kennen toen ik amateur was, we werden al vrij jong voor het eerst ouders; Marc werd geboren toen ik 24 jaar was. Het leven was simpel toen, er was geen stress, geen gedoe. En ja, langzaam kwamen er steeds meer kids bij. Nu hebben we er zes. Maar op de een of andere manier zijn we gewoon meegegroeid met dat steeds groter wordende gezin.

“Ik denk dat ik uiteindelijk evenveel thuis bij mijn gezin ben geweest als de gemiddelde man die elke dag naar kantoor moet van negen tot vijf. In de zomer was ik er nooit, zeker de Tour de France was altijd een aanslag op ons gezin. De kinderen hadden zomervakantie en ik was een maand van huis. Dat deed mijn kinderen pijn, mijn vrouw en mij. Maar ik was ook elk jaar drie maanden thuis, tijdens het off-season. Elke dag, zeven dagen per week. Als mijn kinderen ’s ochtends ergens naartoe gebracht moesten worden, kon ik dat doen. Dan ging ik gewoon wat later trainen. Dat waren dan weer de voordelen van het vak van wielrenner.”

‘Papa, ga alsjeblieft niet fietsen, we zeggen het tegen niemand als je thuis blijft, het blijft ons geheim!’

Geheim  “Mijn oudste kinderen zijn niet anders gewend dan dat ik mijn geld verdien als wielrenner. Maar de jongsten snapten het soms niet helemaal. Dan zeiden ze voordat ik ging trainen: ‘Papa, ga alsjeblieft niet fietsen, we zeggen het tegen niemand als je thuis blijft, het blijft ons geheim!’”

Verandering  “In de zeventien jaar dat ik prof ben geweest is er een hoop veranderd. De grootste veranderingen op technisch vlak? Vroeger reed ik nog op staal en aluminium. Nu is alles van carbon. En ik moest handmatig schakelen op de fiets, nu is het elektronisch. Een verschil van dag en nacht.”

Disco—  “Ik heb altijd alles gegeven. Had geen problemen om mijn levensstijl aan te passen, om als jonge jongen weg te blijven uit de disco. Wielrennen is een sport waarin je vooral hard moet werken en veel moet opofferen. Juist die opofferingen werden de laatste jaren steeds moeilijker op te brengen voor me. In november naar buiten kijken, een grijze lucht zien hangen en dan weten dat je zes uur moet trainen die dag, pfff…”

Leermeesters “Mijn ouders, Dieter Stein en Christopher Boardman; van hen heb ik het meest geleerd. Van mijn vader en moeder heb ik geleerd dat je eerst hard moet werken en dat je daarna pas je beloning krijgt. We hadden niet zoveel geld thuis vroeger, ik ben opgevoed met het idee dat dromen alleen uitkomen door er voor te werken.

“Dieter Stein was mijn eerste trainer, hij heeft me wegwijs gemaakt in het wielrennen. Hoe ik gebruik moest maken van wind, hoe ik positie moest kiezen in het peloton. En Chris Boardman was mijn eerste kamergenoot bij Crédit Agricole, van hem heb ik mijn eerste woorden Frans geleerd, hij heeft me uitgelegd hoe het eraan toegaat in het profpeloton.”

Koffietent “Aan het einde van het seizoen 2003 moest ik nog Paris-Bourges rijden. Ik wist al dat ik Crédit Agricole zou verlaten, ik zou die winter vertrekken naar Team Saxo Bank. We waren een paar dagen voor de wedstrijd flink op stap gegaan, ik droeg inmiddels een baard, had nauwelijks getraind. Een dag voor de wedstrijd gingen we vanuit het ploeghotel trainen met z’n allen, maar na driehonderd meter zag ik een koffietent. Ik zei tegen de rest: haal me maar op na de training, ik blijf hier. In totaal had ik die dag dus 600 meter getraind, van het hotel naar de koffietent en weer terug.
“Voor de start werd gevraagd wie iets wilde proberen die dag. Iedereen had plannen, ik was alleen maar aan het zuchten en het steunen. Tijdens de wedstrijd ging het echter steeds beter met me. Toen ik de extra calorieën en het bier uit mijn lijf getrapt had, won ik zelfs. De rest van mijn ploeg was ondertussen afgestapt, ze durfden me na afloop nauwelijks onder ogen te komen.”

Gezelschap  “In het begin van een ontsnapping heb je een ander nodig: om wat te praten, om weg te komen uit het peloton. Maar het beste gezelschap dat ik kon wensen was ik zelf. Me against the world, zo had ik het ‘t liefst. Want ja, je moet natuurlijk altijd vermijden dat er iemand met je mee rijdt naar de finish die sneller in de sprint is.”

Duitse toekomst—  “Ik kan met een gerust hart met pensioen, maak me geen zorgen over de toekomst van het Duitse wielrennen. We hebben twee jonge supersterren in Marcel Kittel en John Degenkolb, sprinters die elkaar als yin en yang aanvullen. Dan is er natuurlijk nog Tony Martin, Paul Martens, Simon Geschke. En de zoon van Erik Zabel, Rick, komt eraan. Hij is nog jong, maar over twee jaar kan hij er zomaar staan. Nee, mij hebben ze niet meer nodig.”

Klasbakken “Peter Sagan, Fabian Cancellara, Thor Hushovd, Edvald Boasson Hagen toen hij net prof werd… dat zijn mannen met klasse, met kracht. Ik vond het altijd een eer om met Cancellara een tijdrit te rijden. Dan zag ik hem en dacht ik: oh my god, kijk naar jezelf, ik ga het nooit redden om die man bij te houden! Vervolgens hielp het dan om achterom te kijken en te zien dat er ook nog wat renners achter míj aan reden. Ik was een goede renner hoor, maar je ziet gewoon het verschil in kwaliteit met renners als Cancellara. De manier waarop Sagan op zijn fiets zit, hoe hij door de bochten gaat; dat soort mannen komen niet vaak voor.”

Meer van Jens Voigt lees je terug in Soigneur 09 (begin oktober).
http://shop.soigneur.nl/